EERDER GEPUBLICEERD   |   EERDER GEPUBLICEERD   |   EERDER GEPUBLICEERD   |   EERDER GEPUBLICEERD



  AARDSE ZAKEN | Wim Huijser | januari 2015



Tussen hemel en aarde

We lopen over een klompenpad in het waterrijke groene land tussen Veluwe en IJssel.

Dat doen wij vaak, wandelen over paden die je dichter bij het aardse bestaan brengen. Zo’n route levert altijd iets op en geeft al gauw aanleiding tot verdieping. Wie thuiskomt met vragen als ‘wanneer?’, waarom?’ en ‘waarom daar?’ draagt vanzelf het landschap in zich mee. Dit keer passeren we een zogenaamd zoenkruis met daarop het jaartal 1570. Het staat in de bocht van een wetering, op het punt waar je eigenlijk een brug verwacht. Ooit was hier een doorwaadbare plaats in een riviertje. Iemand heeft de laatste keer dat hij de oversteek maakte niet kunnen navertellen; hij vond er de verdrinkingsdood. Het zoenkruis diende om nabestaanden met de plotselinge dood te verzoenen en eeuwenlang zette het talloze voorbijgangers aan tot gebed voor het zielenheil van de overledene. Die gewoonte is in onbruik geraakt. In onze tijd wordt er vaker gebeden in de gloednieuwe kerk aan de overzijde van de wetering. De Gereformeerde Gemeente lijkt hier nog toekomst te hebben. Op het dak wijst de spits als een geheven vinger naar de hemel. Dat is niet het geval op het knusse kerkgebouw dat even verderop naast het dorpscafé staat. In 2013 werd daar de laatste dienst gehouden, waarna de protestantse gemeente het gebouw te koop aanbood.


Zoals Jakob verder trok uit Bethel, vervolgen wij ons pad. Ook onze blik wordt met regelmaat naar de hemel getrokken. Vanachter de bewolking klinkt het geronk van een vliegtuig. Even later daalt een groep valschermspringers voor ons neer. We nemen even plaats op een bankje om ze te tellen. Dertien stuks, één van hen komt angstvallig snel naar beneden. Een bomenrij onttrekt hem op het laatste moment aan ons zicht. Ik moet denken aan de enige tandemsprong die ik zelf lang geleden maakte. Pas naderhand realiseerde ik mij dat we op de noodparachute waren geland. De ervaren springer waaraan ik me had overgeleverd stond naderhand te trillen op zijn benen. De aarde kan onheilspellend dichtbij komen, maar soms maak je dingen mee waarvan het bewustzijn nog geen notie heeft. Met die vertraging valt over het algemeen goed te leven. Het tegendeel wordt gemarkeerd door de gedenksteen die we op een volgend kruispunt passeren. Op 12 juni 1943 stortte op deze plaats een Lancaster neer. Het toestel kwam teruggevlogen van een missie boven Duitsland; van de zevenkoppige bemanning overleefde er één. ‘Thank you all for our liberation!’ luidt de tekst op het monument.

Uit de dichtgetrokken hemel is het inmiddels gaan regenen, maar dat staat geplande vluchten niet in de weg. Aan een lier wordt een zweefvliegtuig airborn getrokken. Geluidloos glijdt hij boven onze capuchons.


In de weidsheid van het landschap staan hemel en aarde op alle manieren met elkaar in verbinding, maar wie wandelt is daar niet voortdurend mee bezig. Dat inzicht volgt pas achteraf, als ik thuis nog eens op de kaart kijk en op zoek ga naar de verhalen achter de namen die we zijn gepasseerd. Als ik mij realiseer dat een geheven vinger geen vanzelfsprekendheid meer is. Dat zoenkruizen in onze tijd plaatsgemaakt hebben voor bermmonumenten, vaak met bloemen, knuffels en foto’s van dierbaren. Elke tijd kent zijn eigen vormen van herdenken, danken, troosten en verzoenen. Voor de een is dat met een blik naar de hemel, voor de ander in contact met de aarde. Ik houd mijn blik zoveel mogelijk gevestigd op de grote ruimte daar tussenin. Het landschap verbindt alles.




  AARDSE ZAKEN | Wim Huijser | maart 2015



Smakelijke voortzetting

Tegen de stroom in roeien. Terwijl het veel makkelijker zou zijn om je mee te laten voeren in de richting die het water gaat, kies je ervoor juist de andere kant op te gaan. Je wilt je eigen weg volgen, terwijl velen je voor gek verklaren. Wie tegen de stroom in roeit valt vaak het hoongelach van omstanders ten deel. Toch kan het heel inspirerend zijn, om dat zware woord maar eens te gebruiken, als je iemand tegen de stroom in ziet gaan. Het heeft al gauw mijn sympathie. Zogenaamd voldongen feiten aan je laars lappen en gewoon doen wat je vindt dat je moet doen. Uit eigen ervaring weet ik dat je je naïviteit soms moet koesteren. Onbevangenheid geeft ruimte aan je plannen. Wie eerst van alles de haalbaarheid toetst, gaat veel moois uit de weg. Gewoon doen is misschien een afgezaagde kreet, daarom werkt hij niet minder stimulerend.


Tot zover de knipoog naar de zo gemiste televisieoverwegingen van dominee Gremdaat. Toch moest ik daar meteen aan denken toen ik afgelopen week het bericht las dat Paul Haenens andere alter ego Margreet Dolman na negen jaar het tijdschrift Mens & Gevoelens weer gaat uitbrengen. Paul Haenen en zijn partner Dammie van Geest begonnen het blad in 1988 omdat zij vonden dat er ruimte moest zijn voor een laagdrempelig, literair-kunstzinnig tijdschrift dat openstaat voor iedereen die wil schrijven. Jonge schrijvers, dichters en beeldend kunstenaars kregen zo een podium waarop enkele duizenden lezers zich abonneerden. Mens & Gevoelens was daarmee enige jaren het grootste literaire tijdschrift van Nederland en Vlaanderen. Totdat het blad financieel in de knel kwam en de makers moesten stoppen. De dvd-versie die er voor in de plaats kwam kon natuurlijk het gemis van het gedrukte tijdschrift niet goedmaken.


Zoals het Mens & Gevoelens verging, zo is het jammer genoeg ook met BewustZijn Magazine vergaan gelopen. Het is misschien daarom dat ik hoop putte uit het bericht van Betty Asfalt Produkties. Haenen en Van Geest merkten de laatste tijd dat steeds meer mensen weer zin hebben om papier in hun handen te krijgen. Zoals emotioneel hoofdredacteur Margreet Dolman het stelt: ‘Een papieren tijdschrift lijkt weer het modernste van het modernste te worden. Papier dat je prettig in de trein kunt lezen, op de wc en in bed. Papier dat geduldig blijft liggen, dat tastbaar is en bij jou hoort.’ Nog deze maand moet het eerste nummer van het herrezen Mens & Gevoelens verschijnen, zonder afhankelijkheid van een uitgever, adverteerders of geldzoekers. Het zijn louter de abonnees die ervoor moeten zorgen dat het blad weer bestaansrecht heeft. Voorlopig in een tweemaandelijkse frequentie, maar het streven is om er opnieuw een maandblad van te maken. Haenen en Van Geest geloven erin. Volgens hen heeft de huidige maatschappij grote behoefte aan ‘een onafhankelijke invalshoek, aan nieuw idealisme en aan oprechte interesse’. Dat is natuurlijk waar het altijd om gaat als je besluit tegen de stroom in te roeien: het geloof dat je er uiteindelijk toch zal komen.


Ik herinner mij als kind een roeitochtje met een tweetal vriendjes. We hadden ons met geringe inspanning al een paar kilometer mee laten drijven, toen we ons realiseerden dat we ook nog terug moesten. Het tochtje kreeg ineens een heel ander karakter. Onze inspanning bracht ons op bepaalde momenten niet verder dan tot stilstand. We overwogen zelfs om uit te stappen en de roeiboot aan een touw langs de oever te trekken. Dat bood maar een tijdelijk oplossing, want al gauw zaten er bruggen, hekken en andere praktische bezwaren in de weg. Uiteindelijk moest het vanuit onze eigen kracht komen. Op karakter, zoals dat heet. Een uur later meerden we af. De verhuurder stond ons ongedurig op de steiger op te wachten. We waren er, ook al was het na sluitingstijd. Tegen de stroom in roeien kan nooit een hobby of liefhebberij zijn. Je moet erin geloven. Daarover zou ik nog wel eens een preek van dominee Gremdaat willen horen. Met de zo vertrouwde woorden ter afsluiting: ‘Ik wens u een smakelijke voortzetting, met spekjes ertussen, en zo.’





  AARDSE ZAKEN | Wim Huijser | september 2015



Twee sporen*

Het weer kan niet beter: droog, lichte sluierbewolking en zo’n graad of 23. Ideaal voor een mooie zondagmiddag in het kader van NJO Muziekzomer. Net als voorgaande jaren worden er achtereenvolgens drie concerten gegeven in drie particuliere tuinen net buiten het Veluwse Beekbergen. ‘Pittige muziek voor vrolijk tuinpubliek’, noemde dagblad De Stentor dat een paar jaar geleden. Toen dreigde de uitvoering van Mozarts ‘Gran Partita’ te worden onderbroken door een flinke regenbui. Bij het zien van de lucht trok het publiek zorgelijke rimpels. Maar door zijn bezwerende gebaren wist dirigent William Purvis de slotakkoorden zonder noemenswaardige waterschade te halen. Het aantal muziekliefhebbers dat in augustus in Beekbergen samenstroomt is de afgelopen jaren alleen maar toegenomen. Ik schat dat het er zo’n vijfhonderd zijn. Na afloop van het Ebonit Saxophone Quartet gaan we te voet naar de tweede tuin waar Vincent van Amsterdam klaar staat voor klassieke accordeonmuziek. Het publiek zoekt opnieuw een plekje op de banken of nestelt zich in meegebrachte klapstoeltjes. Wat een gemoedelijke sfeer, wat een mooie muziek en wat een prachtige omgeving! Een plaatje dat afkomstig zou kunnen zijn uit Midsummer Murders. Gratis toegankelijke concerten. Bij het verlaten van de tuinen wordt een lege melkbus voorgehouden voor vrijwillige bijdragen. Maar net als in de Engelse misdaadserie is niets helemaal wat het lijkt. Voor de eerste noten klinken, dringt van enige afstand het motorgeluid door van een trekker. Wat we eerst niet willen geloven, lijkt te gebeuren. De tractor rijdt op het naastgelegen grasland af, dat kort daarvoor is gemaaid. Het moet nog wel worden gekeerd, want er zijn buien voorspeld. Omdat een boer zijn gras graag droog binnen willen hebben, wordt het gaspedaal flink ingetrapt. In een wolk van stof rijdt de tractor het veld in. Er wordt gemompeld en verbouwereerd rondgekeken. Het zal toch niet waar zijn? Iemand staat op en haast zich naar de organisatie. Zo’n boer moet toch weten dat…? Dit kan toch niet? Hier kruisen zich duidelijk twee sporen. Dat van een tuin vol muziekliefhebbers die zich hebben verheugd in het jaarlijkse cultuurevenement, en van een boer voor wie elke dag telt. Twee volkomen ongelijke sporen van ongetwijfeld goedwillende mensen, met elk hun eigen doel. Getalsmatig is het een wanverhouding. Of er woorden vallen is niet helemaal duidelijk, maar iemand die komt teruglopen zegt dat het al in orde is. Even later rijdt de trekker terug naar de weg. Hij geeft nog één dot gas. Kennelijk zijn er afspraken gemaakt. Het spoor van nut en noodzaak heeft zich gevoegd naar een ander belang. Een kwestie van invoegen. De vogels fluiten vrolijk verder, alles is helder en de accordeonist zet zijn solo in. De wereld lijkt perfect.
















*Uit een serie teksten voor een boek over de paden van het leven, dat Wim Huijser samen met Marinus van de Berg schrijft.


  AARDSE ZAKEN | Wim Huijser | juni 2015



Dichter bij Dordt

Mijn boek is klaar. Twaalf jaar geleden nam ik het besluit aan de biografie van de schrijver Kees Buddingh’ (1918-1985) te gaan werken. Nu ligt hij er: Dichter bij Dordt. Toen de eerste exemplaren van de binder kwamen was ik alleen thuis. De doos was open voor ik er erg in had. Daarna zat ik wat verweesd naar het resultaat te kijken. Ik durfde er bijna geen boek uit te pakken, laat staan open te slaan. Het was alsof ik na jaren weer een verre neef terugzag die ondertussen een andere gedaante had aangenomen. Jarenlang bestond deze biografie uit niet meer of minder dan een idee, een ladenkast, talloze Word-documenten, files, tapes, aantekeningen, verlangen en een deadline. Nu is het papier, linnen, een stofomslag, typografie, gevoel en voltooiing. Nooit eerder beleefde ik het maken van een boek als zo’n tour de force, een berg emotie.


Inmiddels zijn we twee weken verder. Het boek is geland, gepresenteerd, al gelezen en besproken in interviews. De eerste mails van mij totaal onbekende mensen druppelen binnen. En elke dag zijn er de momenten waarop ik mij stilletjes afvraag: wie zitten er nu in te lezen? Hoe kijken ze? Waar knikken ze en welk beeld van Kees Buddingh’ ontstaat er in de hoofden van hen die hem nooit persoonlijk hebben gekend? ‘U hebt hem tot leven gebracht en dat ontroert me’, schreef iemand uit Zwijndrecht al na enkele dagen. En dat is een zin die mij ontroerde. Wat kun je je als biograaf meer wensen? Ik overdrijf niet als ik zeg dat alleen die paar woorden al het werk waard zijn geweest. Dat die de duistere en soms doodlopende wegen die ik ben gegaan doen vergeten. Dat uit die zin de meest pure en essentiële leeservaring spreekt. Natuurlijk is het afwachten hoe andere, daartoe geschoolde lezers zullen oordelen. Niet onbelangrijk, zacht gezegd. Faalangst is een slechte raadgever en voor mij heel vaak een verschrikkelijke metgezel. Ik neem mij voor de ontroering en bemoediging van die eerste reactie vast te houden.

Ondertussen heb ik mogen aanschuiven bij Wim Brands in VPRO Boeken en was ik om kwart voor twaalf te gast in Met het oog op morgen. Een half uur later reed ik weer alleen door een volkomen verlaten Hilversum. Wie had mij gehoord? Wat deed mijn verhaal over een dertig jaar geleden overleden dichter in de waan van deze nieuwe dag? Ik voelde mij opnieuw verweesd en reed verzonken in gedachten verder de nacht in.


‘Kort samengevat zijn levens altijd triest’, schreef mijn uitgever Vic van de Reijt dertig jaar geleden in een in memoriam over Kees Buddingh’. Het is waar, daarom zocht ik de ruimte. Werkend aan dit boek heb ik vaak de parallel getrokken met vergelijkbare situaties in mijn eigen omgeving. Hoe goed kennen familieleden elkaar? Wat weten we van elkaars angsten en verlangens? Wat kan ik vertellen over het willekeurige jaar 1978 in het leven van mijn eigen vader, terwijl ik dat ene jaar bij Buddingh’ gedetailleerd en strak chronologisch heb opgeslagen in een spreadsheet? Hoe gek is het om twaalf jaar lang de focus op het leven van een ander gericht te houden? Een aimabele man, maar tegelijk iemand die ik zelf nauwelijks heb gekend. Tijdens die rit van Hilversum naar huis dacht ik na over het wonderlijke pad dat we als mens vaak gaan. ‘Een mens in de tijd’ was een gegeven waar de schrijver Buddingh’ zijn leven lang mee geworsteld heeft. Hij experimenteerde ermee in uiteenlopende literaire genres. Telkens kwam hij tot de conclusie dat het op een andere manier op papier gezet moest worden. Toen hij uiteindelijk meende de gewenste vorm gevonden te hebben, bleek hij zich eraan te hebben vertild. De tijd was hem vooruit gesneld.


‘Wat mij zo aanspreekt in Buddingh’ is zijn kijk op de wereld,’ schreef die eerste enthousiaste lezer mij. ‘Ik bespeur veel van mijzelf in zijn gedachtegang. Ik begrijp hem zo goed als ik zijn werk lees.’ Wat kan een schrijver zich meer wensen? Wie na dertig jaar nog die ontroering bij anderen weet los te maken, heeft geen dag voor niets geleefd.

Dichter bij Dordt

Auteur: Wim Huijser

Uitgever: Nijgh & Ditmar

Uitvoering: gebonden,

416 pagina’s

Prijs: € 34,99


  AARDSE ZAKEN | Wim Huijser | december 2015



Herfstwandeling

Bij het woord herfstwandeling denk ik allereerst aan natte bladeren en wandelschoenen die ze los schoppen van een drassig bospad. De klok is teruggezet, er hangt een kille damp tussen de bomen en voor je het weet heeft de avond je overvallen. In de herfst van mijn gedachten voert de kleur grijs de boventoon en blijkt mijn weer- en windjack van nut. Aan zulke herfstwandelingen bewaar ik talloze herinneringen.  


Maar die van vandaag zet er een heel andere ervaring tegenover. We zijn naar het Luntersche Buurtbos gereden, dat de gedenkwaardige notaris Van den Ham een eeuw geleden naliet aan de Lunteranen. Ze zijn hem er nog altijd dankbaar voor. Voor mij is dit het oerbos. Hier maakte ik mijn eerste boswandeling als we mijn oom en tante bezochten, die aan het begin van de Boslaan woonden en daar een zogenaamd contractpension dreven. De Paaseik heette het. Het gebouw staat er nog, leeg. De zorginstelling die het de laatste jaren in gebruik had, heeft de deuren moeten sluiten. Nu wacht het op een nieuwe bestemming. De naam is al heel lang van de gevel, maar als je Google er naar laat zoeken, kom je altijd weer hier uit.  


Hoewel ook Van Dale de betekenis van het woord 'paaseik' onbesproken laat, is duidelijk dat het met een heel ander seizoen in verband moet worden gebracht dan deze novembermaand. Ondanks dat de laatste dagen ronduit lenteachtig aanvoelen. Bijna twintig graden is het vandaag. Door het aanhoudend windstille weer staan de bomen nog grotendeels in blad. Een vroege nachtvorst en de nazomerzon hebben er alle tinten geel, bruin en dieprood aan gegeven. Ik kan mij niet herinneren eerder zo’n intensiteit van herfstkleuren te hebben meegemaakt, de benaming Goudsberg is hier ineens volkomen vanzelfsprekend. Met onze schoenen schoppen we af en toe wat blad op. Maar het is een droge ritseling, die ver weg blijft van de gedachte aan najaarsstormen en herfstnevels.  

Halverwege de Lunterse Eng raken we in gesprek met een boer die ons trots een verhaal van ‘tuchtige blondes’ uit de doeken doet. Een van zijn Blonde d’Aquitaines is drachtig en het kalf wordt al ruim voor de Kerst verwacht, wat hij noemt een ‘kut tiet’. Verre van ideaal dus, maar het is zoals het is. Terwijl we staan te praten zakt de zon onverwacht snel achter de bosrand. De eiken tekenen zich zwart af in het tegenlicht. We moeten nog een stukje en ineens realiseren we ons dat we november in de ogen kijken. Hoe mild de omstandigheden ook zijn: op een zeker moment laat de tijd zich voelen.  


Over die verwarrende levenskrachten gaat ook de prachtige film Youth van Paolo Sorrentino. Hoe ouder we worden, hoe duidelijker zich het inzicht aftekent dat niet alles maakbaar is. Twee oude mannen in een spa huiveren bij het aanschouwen van de borsten van miss Universe als zij naakt het bad inschrijdt. Lente en herfst verenigd in schokkende schoonheid. Voor De Paaseik wacht de auto. Even zie ik mij daar weer rennen, een halve eeuw geleden. Zodra het kon meteen het bos in. Een jaar of vier was ik. Menselijkerwijs gesproken wandel ik in de herfst van mijn leven. Maar in wezen is er niets veranderd.

Opgeven voor gratis BewustZijn Online 
mailmagazine: klik hier!http://www.live.cloudformz.com/C-201512161605518252-201512161605518197/

Wim Huijser


werkt als schrijver/publicist en uitgeefconsultant. Hij woonde de afgelopen jaren met zijn vrouw Marianne op een landgoed in de Overbetuwe. Inmiddels zijn ze verhuisd naar Wageningen. In zijn column schrijft hij over de aardse zaken van het bestaan.


www.wimhuijser.nl


























  AARDSE ZAKEN | Wim Huijser | december 2015



Ommetje

De Nederlandse taal kent de laatste jaren een modewoord dat zeker in natuur- en landschapskringen behoorlijk opgang heeft gemaakt: beleving. Ik moet bekennen dat ook ik mij er geregeld aan bezondig. Simpelweg omdat bijna iedereen schijnt te begrijpen wat ermee wordt bedoeld. Van omgevingspsycholoog Joren van Dijk las ik een uitleg die ook mij een beetje op pad helpt. Bij goed gebruik van het woord moet het een ‘optimale staat’ van iets uitdrukken. Ook het zogenaamde ‘wauw-effect’ heeft daar iets mee te maken. Dat doet zich geregeld voor in pretparken, musicals of bij bijzondere sportwedstrijden. Vaak gaat het om het ‘totaal aan ervaringen’. Alleen dat bepaalt wat iemand ergens van vindt. In wetenschappelijke zin duidt het begrip op iets wat altijd aanwezig is: een persoonlijke ervaring die per situatie en tijdstip kan veranderen. Dat is lastig.


Nog niet zo lang geleden mocht ik een presentatie houden bij een organisatie die zich toelegt op het verhuren van vakantiehuisjes. Ze liggen bijna allemaal op mooie plekken in de Nederlandse natuur. Soms hebben gasten geen idee waar ze precies terechtkomen, maar de navigatie brengt hen bijna altijd waar ze moeten zijn. Meestal vinden ze in de huisjes een map met ideeën voor dagjes uit en zeker in de zomermaanden is er altijd wel ergens een experience, event of festival. Jammer is alleen dat je daarvoor vaak minstens een uur in de auto moet zitten en je alleen al een ongeluk betaalt aan het parkeren. Voor mij persoonlijk doet dat toch wat af van het optimale van de beleving. Maar dat terzijde.


Ik had het idee om de vakantiegasten op al die exclusieve locaties simpelweg te vertellen op wat voor prachtplekken ze eigenlijk verblijven. Geen voor de hand liggender middel ze dat te laten beleven dan door een klein ommetje in de directe omgeving, misschien een rondje van een half uur. De zijlijn van een duidelijk kaartje te gebruiken om te vertellen welk moois er langs het pad te zien is en waarom. En wie weet is er nog ergens een aardig terras om de indrukken eens rustig in te laten werken en daarbij een glaasje te nuttigen. Zeg maar als totaalbeleving. Het plan leek mij schoon van eenvoud.


En inderdaad: het idee vond men ‘helemaal goed’. Het probleem zat echter in de uitvoering. Niets zo lastig voor grote organisaties als het inspelen op het unieke. Elk huisje zou daarvoor een eigen routekaartje moeten krijgen. En iemand zou al die ommetjes vooraf moeten nalopen. Dat maakte de beleving wel wat begrotelijk en daarbij: een half uur wandelen was ook niet voor iedereen weggelegd. Wist ik wel hoe druk vakantiegangers waren? Nee, vonden de marketeers, beleving kun je beter als totaliteit ervaren. Maar dan ook he-le-maal.


NB De verschenen columns ‘Aardse zaken’ verschijnen in juni 2016 bij Uitgeverij Ten Have in het boek Levenspaden, dat Wim Huijser samen schreef met pastor en publicist Marinus van den Berg.



  AARDSE ZAKEN | Wim Huijser | april 2016



Maasoevers

Rotterdam, stad van mijn vader is de titel van een fotoboek dat ik mijn vader ooit cadeau gaf. Sindsdien is het een bijna vanzelfsprekende zinsnede die ik gebruik om mijn verhouding tot de stad aan te geven. Ik ben er niet geboren, maar werd er wel mee grootgebracht. Het boek van Joop Mekes laat een voor mij vrijwel onbegaanbaar Rotterdam zien, met uitsluitend foto’s uit de eerste decennia van de twintigste eeuw. De spiegel in de tijd is geplaatst kort voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Het Witte Huis, door sommigen beschouwd als de eerste wolkenkrabber van Europa, is mijn enige referentiepunt. Maar ook mijn vader moet met het boek slechts een beperkte tocht door het verleden hebben kunnen maken. Hij was nog geen tien toen zijn stad voor goed veranderde.


Vijfentachtig jaar later, als Marianne en ik een dagje Rotterdam doen, ontkom ik er niet aan af en toe door zijn ogen rond te kijken. Het is al bijna tien jaar geleden dat ik hem op een voorjaarszondag in een rolstoel via de Parklaan naar de Veerhaven reed. Het zou zijn laatste bezoek aan de Maas zijn. We dronken koffie in het Wereldmuseum. Het moment herleeft als we, lopend over de Willemskade, naar het indrukwekkende panorama op de Kop van Zuid kijken. New Orleans, Maastoren, De Rotterdam, hij heeft ze niet meer zien verrijzen. We varen over naar Hotel New York en ik kijk met dezelfde verwondering en gretigheid rond als bij ons eerste bezoek aan de Big Apple. Een zoekende toerist in een niet meer vanzelfsprekende omgeving. Over de Rijnhavenbrug wandelen we naar Katendrecht. Ooit het toponiem voor waar je niets te zoeken had, nu een ontwapenende krachtplek vol jonge ondernemingslust, ambachtelijke en eerlijke producten. Hoeren en criminaliteit zijn ingewisseld voor boerenkaas en versgemalen koffie. In Fenix Food Factory maken we kennis met de boekhandelaren Bosch & De Jonge die in een hoek van de loods enkele weken eerder hun nieuwe avontuur zijn begonnen. We kopen het net verschenen Go Set a Watchman van Harper Lee, een boek dat ook via een onvoorzien spoor in een nieuwe eeuw belandde. Bij de Kaapse Brouwers laat ik een glas ‘Kaapse Harrie’ tappen, een van de ‘stoere non-conformistische stadsbieren’. De lucht ademt mout. Wat had ik hier graag met mijn vader rondgelopen. Hij zou me gewezen hebben op de verrassende leegte van de Rijnhaven waar hij ooit voor zijn werk over binnenvaartschepen klauterde. Dynamiek die zich verplaatste, perspectief dat kantelde, verhalen die zijn ingehaald.


Via de Erasmusbrug lopen we terug naar de noordelijke Maasoever. Aan de Wilhelminakade ligt de Wind Surf, het grootste zeilcruiseschip ter wereld. Het trekt veel bekijks, maar mijn oog is meer gericht op de nietigheid van het Witte Huis aan de overkant. Net als de wereld lijkt hij beduidend klein geworden. ‘Heel de aarde is je vaderland’, citeert de gevel van de bibliotheek Erasmus.






Binnenkort verschijnt: Levenspaden

Bovenstaande column is een voorproefje van het boek Levenspaden. Over wandelen en onderweg zijn, dat 10 juni a.s. verschijnt bij Uitgeverij Ten Have. Wim Huijser schreef het samen met Marinus van den Berg (pastor, schrijver en veelgevraagd spreker over omgaan met de dood). Zij delen een voorliefde voor  wandelen en voor het lezen van literatuur. In ‘Levenspaden’ overdenken ze om beurten wat de betekenis is van deze twee activiteiten - in persoonlijke, maar ook in universele zin. Hoofdthema is dat onderweg zijn een prachtige manier is om jezelf te ontwikkelen, en stil te staan bij je eigen levensloop.


Het boek zal overigens op 8 juni worden gepresenteerd bij Boekhandel Bosch & De Jong ‘op Katendrecht’.



  AARDSE ZAKEN | Wim Huijser | mei 2016



Uitgesteld vallen

Het nieuws dat dichter en programmamaker Wim Brands is overleden, komt bijna als een dief in de nacht. Om half elf, bij aanvang van het radioprogramma Opium op 4, is het een kort bericht dat vooralsnog sprakeloos maakt. Er ligt bij de presentator van dienst geen tekst voor klaar. Ook thuis op de bank vind ik geen woorden voor de koude schrik die me overvalt. In stilte volg ik hoe het doodsbericht zich over Twitter verspreidt. Het medium biedt geen ruimte voor nuance, maar zo kort na het nieuws lijkt daar nog geen behoefte aan. Wat ik zie lees ik als woorden recht uit het hart.


In de daaropvolgende dagen heeft de schok plaatsgemaakt voor verdriet en verslagenheid. Ineens is het alsof Brands poëzie overal en altijd voor het grijpen lag. De behoefte aan citeren is groot: ‘Ze naderden mij. / Zonder schaduwen. / Het was nacht. / De schaduwen zijn dan vrij. / Zonder meesters naderden ook zij mij.’ Ik zoek oude uitzendingen van VPRO Boeken op. Op NPO Cultura zie ik Brands met poëzie terug, opgenomen tijdens de laatste ‘Nacht van de Poëzie’. Ik weet dat het zo niet werkt, maar met de kennis van nu lijkt elk gesprek een schaduw vooruit te werpen. Zoals in de laatste regels van K. Schippers: ‘Iemand niet mogen zien. / Iemand in het geheim zien. / Iemand nooit meer zien.’ Ook als Pieter Boskma en Hester Knibbe aan tafel zitten lijkt het thema dood en rouw de boventoon te voeren. Het is een thematiek waar je knettergek van kunt worden, zegt Boskma. ‘Het kan bezit van je nemen. Je moet er niet in zwelgen.’ De naam van Joost Zwagerman valt, die juist die week is begraven. Aan de referentie naar Brands eigen poëzie valt als kijker niet te ontkomen: ‘Achteraf is alles / altijd eenvoudig’.


Ik kijk ook naar een uitzending van Boeken op reis, waarin Wim Brands in Brooklyn, New York de Amerikaanse schrijfster Lionel Shriver ontmoette. Taboes worden in haar boeken niet geschuwd. Voor haar roman Big Brother gebruikte zij het verhaal van haar broer Greg die stierf aan de gevolgen van overgewicht. Als ik Brands met de schrijfster door de straten van Brooklyn zie gaan, valt mij zijn manier van lopen op. Die komt op mij over als de gang van een niet-loper. Ik kan het niet anders duiden. Het lijkt niet de tred van iemand voor wie wandelen een doel is, voor wie het einde van het pad een richtpunt is.


Een paar dagen later kijkt schrijver Thomas Verbogt in Buitenhof terug op de vriend die hij vijfentwintig jaar ook als dichter bewonderde en wiens poëzie tegelijk scherp en ogenschijnlijk licht was. Op het gevaar af eveneens in psychologie van de koude grond te vervallen, probeert hij de onrust die Wim Brands kenmerkte te duiden. Genieten van zon, zeelucht en een glas wijn kon heerlijk zijn, had zijn vriend beaamd. Maar nooit te lang, dan werd het gevaarlijk. Als illustratie bij de eenvoudige, heldere zinnen in Brands poëzie, memoreert Verbogt enkele woorden uit het gedicht ‘Vallende Vaders’. ‘Lopen is een uitgesteld vallen,’ wist Brands. Wie zich tot poëzie wendt, ontkomt niet aan interpretatie. In wat een kleine anekdote lijkt, gaat een gevaarlijke afgrond schuil.


Voor eenzame doden is er in Amsterdam, Den Haag en Rotterdam de Stichting Eenzame Uitvaart. Op 6 januari van dit jaar was Wim Brands er voor het laatst ‘dichter van dienst’. In Uitvaartcentrum Zuid las hij een in memoriam-gedicht voor iemand die niet werd gemist, een buitenstaander. ‘Verbeelding schiet altijd tekort’, waren zijn laatste woorden. De diepte is onpeilbaar.








Banner proberen? 
Voor € 100 drie maanden 
op deze site én in het 
mailmagazine!banner.html